“Co-ouderschap? Nee, dat lukt bij ons niet, hij werkt altijd.” Of: “Zij wil alles bepalen, dus dat wordt ‘m niet.” Of, ook veel gehoord: “Hij doet zijn best niet voor de kinderen dus ik begin er niet aan.” Het zijn veel voorkomende uitspraken bij ouders die uit elkaar zijn. Maar laten we eerlijk zijn: bij ouders bij wie co-ouderschap wel loopt, is dat meestal niet omdat het vanzelf gaat.
Je kind is een weekend of een paar dagen bij je ex. Jij zit thuis met een kop thee, de stilte in huis valt extra op. Even bellen dan maar? Of wacht je tot je kind zelf contact opneemt? En: hoe vaak is ‘normaal’? Wanneer is het helpend en wanneer voelt het als storen?
In de dagen met de kinderen sta je als co-moeder continu aan. Je wilt er zoveel mogelijk voor de kinderen zijn en houdt alle ballen in je eentje hoog. Daarna komen de dagen zonder kroost. Waarin je zou kunnen uitrusten, maar in plaats daarvan eindig je in een gekke mix van stilte, schuldgevoel en to-do’s waar je eerder niet aan toe kwam. Herkenbaar? Orthopedagoog Loes Waanders schreef er raak over in haar boek De ontspannen ouder. Haar boodschap is glashelder: zelfzorg is geen luxe, maar een voorwaarde voor gezond ouderschap.
‘Gaan jullie nou scheiden?’, vraagt je kind na het zoveelste opstootje tussen jou en je partner. Het is de grote nachtmerrie van menig kind. Dus daar zit je dan, op de bank met een zelf opgelegd levenslang – want je wilt je kinderen niet opzadelen met gescheiden ouders. Maar is samen blijven voor de kinderen echt het beste idee, voor hen, jou zelf en je partner?
Soms ontstaan er in het co-ouderschap hobbels die je niet had voorzien. Die alles op z’n kop zetten wat je juist goed geregeld leek te hebben. Anna (42) had harmonieus co-ouderschap met haar ex-man: hun drie kinderen woonden bij ieder de helft van de tijd. Toen haar ex een nieuwe liefde kreeg, dreigde alles in te storten.
© 2026 comoederen.nl — Ondersteund door WordPress
Thema door Anders Noren — Omhoog ↑