Vorm je als gescheiden moeder een gezin met je nieuwe partner en diens kinderen? Je hebt het dan vast wel eens gevoeld. Dat moment waarop je iets zegt over gedrag van je bonuskind, een grens stelt over bedtijd, schermtijd of een grote mond, en er valt een stilte. Of erger, er komt een blik. Alsof je iets hebt gedaan wat niet mag. Terwijl je alleen maar deed wat een ouder in huis nu eenmaal doet. In dit gastartikel laat stiefexpert Marieke Jansen zien hoe je hiermee omgaat.

Grenzen stellen als bonusmoeder voelt vaak anders dan grenzen stellen als biologische ouder. Niet omdat je het niet zou mogen, maar omdat je positie in het gezin (nog) niet vanzelfsprekend is. En precies daar zit het probleem waar de meeste bonusmoeders tegenaan lopen. Niet de grens zelf, maar de vraag of jij wel diegene bent die hem mag stellen.

Waarom grenzen stellen als bonusmoeder zo anders voelt

Een biologische ouder hoeft zijn positie niet te bewijzen. Die staat er al, vanaf de geboorte. Bij een bonusmoeder is dat anders. Jij bent op een gegeven moment het gezin binnengekomen, en je plek moet zich nog vormen. Dat maakt grenzen stellen ineens een ander soort handeling. Het voelt niet als opvoeden, het voelt als een claim leggen op iets waar je nog niet vanzelfsprekend recht op hebt.

Veel bonusmoeders lossen die onzekerheid op door zich juist heel voorzichtig op te stellen. Ze passen zich aan, zwijgen als er iets gebeurt wat niet klopt, en wachten tot de bonuskinderen hen accepteren voordat ze zichzelf toestaan om iets te zeggen over gedrag. Dat is een begrijpelijke strategie, maar geen houdbare. Wie voortdurend wacht op toestemming om te mogen opvoeden, verliest zichzelf, en het gezin verliest een volwassene die had kunnen meebouwen aan structuur.

Het grote misverstand over gelijk zijn

Een veelgehoord advies is dat de bonusouder en de biologische ouder gewoon dezelfde regels moeten hanteren, om verwarring bij de (bonus)kinderen te voorkomen. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk werkt het zelden zo simpel. Een samengesteld gezin is namelijk geen kerngezin met een extra volwassene erbij. Het is een gezin waarin meerdere gezinsgeschiedenissen samenkomen, met verschillende gewoontes, verschillende opvoedstijlen en meestal, nog een ouder buiten het huis die ook meebepaalt hoe een kind wordt opgevoed.

Van bonusmoeder en vader verwachten dat ze exact hetzelfde optreden alsof ze samen zijn opgegroeid met dit kind, doet geen recht aan die werkelijkheid. Wat wel werkt, is niet gelijkheid in optreden, maar helderheid in rol. Niet: wij doen precies hetzelfde. Wel: we weten allebei wat mijn rol is in dit gezin, en de kinderen weten dat ook.

Mede-opvoeder, geen hoofdopvoeder

Een onderscheid dat veel rust geeft, is het verschil tussen de rol van mee-opvoeder en die van hoofdopvoeder. De biologische ouder draagt de eindverantwoordelijkheid en de langste geschiedenis met het kind. De bonusouder is een volwassene met gezag in huis, die meebouwt aan structuur, maar niet dezelfde positie heeft als de ouder zelf. Dat is geen degradatie.

Het is een realistische rol die juist ruimte geeft. Je hoeft niet te bewijzen dat je een volwaardige tweede ouder bent om toch stevig te mogen staan. Je mag zeggen: in dit huis geldt dat je je bord opruimt, ook al ben ik niet je moeder. Je mag een grens stellen over respect, over gedrag, over hoe er met elkaar gesproken wordt. Dat is geen overname van het ouderschap, dat is bijdragen aan een huishouden waar jij ook woont.

Wat ik hierin altijd tegen stellen zeg: achter de schermen zijn ouder en bonusouder een team. Samen bepalen jullie de lijn, samen dragen jullie de grens. Maar voor de schermen, in het moment zelf, staat de ouder waar nodig wat meer in de lead. Niet omdat de bonusouder minder telt, maar omdat een kind zich sneller veilig voelt bij een grens die van de eigen ouder komt, zeker in een periode waarin de bonusouder haar plek nog aan het vinden is. Achter de schermen bouw je samen het beleid. Voor de schermen kiest de ouder soms bewust de voorste rij, zodat de bonusouder niet als eerste de klap van weerstand hoeft op te vangen.

Het gesprek dat je eerst met je partner voert

Voordat je grenzen stelt richting de kinderen, is er een gesprek dat minstens zo belangrijk is: het gesprek met je partner over mandaat. Wat mag jij zelfstandig beslissen, en waar wil je partner nog gehoord worden voordat er iets wordt gezegd. Zonder dat gesprek loop je het risico dat je grens stelt, en je partner haar vervolgens ondermijnt, bewust of onbewust, waardoor het kind leert dat jouw woord minder telt. Spreek dus samen af: dit zijn de basisregels die voor iedereen in huis gelden, ongeacht wie ze uitspreekt. En dit zijn de dingen die specifiek van mijn partner zijn, waar ik niet in stap. Die helderheid maakt jou niet de boeman. Die helderheid maakt jullie een team.

Hoe je grenzen stelt zonder de boeman te worden

Een paar dingen die het verschil maken tussen een grens die aanvoelt als aanval, en een grens die aanvoelt als een volwassene die zorgt voor het huis. Spreek vanuit het huis, niet vanuit jezelf als persoon. In dit huis doen we het zo, klinkt anders dan ik wil dat je dit doet. Het eerste gaat over een gedeelde afspraak, het tweede voelt als een persoonlijke eis van iemand die nog niet de volledige positie heeft om die te stellen.

Laat je partner zichtbaar meebewegen. Als jij een grens stelt en je partner bevestigt dat kort, zonder het meteen te overrulen, voelt het kind dat er eenheid is. Die eenheid, niet de grens zelf, is wat het verschil maakt tussen boeman en volwassene met gezag. Neem het niet persoonlijk als een kind mopperend reageert. Elk kind test een grens. Dat is normaal gedrag, geen signaal dat jij als bonusmoeder faalt of niet geaccepteerd wordt. Verwar de reactie van het moment niet met de relatie op langere termijn.

De boze bonusmoeder

Een bonusmoeder vertelde me eens dat ze zich al maanden stilhield als haar bonuskinderen laat opbleven, hun rommel lieten slingeren of onaardig tegen elkaar deden. Ze was bang dat ingrijpen haar de boze bonusmoeder zou maken. Tot ze op een avond, uitgeput van het inslikken, toch iets zei over het opruimen van de kamer. Er kwam geen ramp. Er kwam een zucht, wat gemopper, en de kamer werd opgeruimd. Wat ze daarna besefte, was dat ze zichzelf al die tijd de boeman had aangepraat, terwijl niemand haar die rol had gegeven. De angst zat in haarzelf, niet in de blikken van de kinderen.

Tot slot

Grenzen stellen als bonusmoeder hoeft geen gevecht te zijn om je plek te verdienen. Het is een onderdeel van volwassen zijn in een huis waar kinderen wonen, ook als die kinderen niet biologisch van jou zijn. Achter de schermen een team, voor de schermen waar nodig de ouder in de lead. Zolang jij en je partner helder hebben wat jouw mandaat is, en jullie elkaar daarin zichtbaar steunen, wordt een grens geen aanval. Het wordt gewoon: zo doen we dat hier.

Marieke Jansen Stiefexpert | ontwikkelaar Sterk Stiefgezin Methode www.praktijkmariekejansen.nl

Lees ook: Deze moeders hebben een relatie, maar bewust geen samengesteld gezin

Mis niks!

Meld je aan en krijg automatisch bericht bij nieuwe content.

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.